De geschiedenis van het ras Zoontjens.

Het begin van dit uitzonderlijke ras ligt meer dan 60 jaar terug toen vader Jan Zoontjens tot het gilde der duivenliefhebbers toetrad en aan een uitzonderlijke duivencarričre begon. Hij was amper 6 jaar oud toen hij zijn eerst gekregen duiven onderbracht bij de kippen. Deze duiven kwamen van Jac Wouters uit Riel en Jac Wouters uit Baarle-Nassau. Reeds van begin af liet Jan Zoontjens zien de duivensport in zijn vingers te hebben en al direct won hij eerste prijzen en kampioenschappen.

Wal en Hans Zoontjens

In de dertiger jaren toog hij voor versterking van zijn hok naar het Belgische plaatsje Wortel, waar duivenkampioen de Kimpe woonde. De Kimpe was een douanebeambte en een vriend des huizes van de familie Janssen in Arendonk. Hier kocht De Kimpe zich rijk aan het ras van Driekske en zijn zonen. Via De Kimpe kwamen de Janssen duiven naar Riel en werden gekruist met de aanwezige duiven. Deze duiven werden mede de basis van het Zoontjens ras.

Zoals later zou blijken een wereldras.

 

Echter de tweede wereldoorlog onderbrak de verdere opbouw van het Zoontjens ras. Een drietal koppels werd onder de vloer van het kippenhok verborgen gehouden voor de bezetter. Zodoende kon vader Jan Zoontjens snel een herstart met de duivensport maken na de bevrijding. De conditie van deze duiven was alles behalve doch de kwaliteit was er nog steeds. Hiermede werd de verdere basis gelegd van de naoorlogse duiven. Voor de verdere opbouw werden diverse goede melkers in de regio bezocht om er iets van het beste te kopen. Zo ging hij naar de combinatie Jolen-Tijssen, woonachtig in Tilburg. Hier kocht hij een zuivere Janssen doffer. Deze doffer zou ook een van de pilaren van het Zoontjens ras worden. In de vijftiger jaren toog vader Jan naar Neel de Volder, vader van Ad de Volder uit Goirle, en hier wist hij een zoon van het legendarische "Vetvleugeltje" te bemachtigen. Deze zoon van het "Vetvleugeltje" werd de "Neel" genoemd en werd gekoppeld tegen het "Vlug". Zij werden de ouders van een hele serie kampioensduiven, zoals "de Aap", "500" en "501", "de Bliksem", "de Dikke" enz. Stuk voor stuk geweldige vlieg- en kweekduiven. In Goirle speelde vader Johan en Zoon Albert Verhoeven met de zuivere Janssen duiven al jaren in kampioensstijl. Jan Zoontjens en Johan Verhoeven waren goede vrienden van elkaar en ruilden samen van de beste duiven. De Janssen duiven bij Johan Verhoeven en Zn presteerde zo overweldigend dat ook van het beste van deze Janssen duiven naar Jan Zoontjens gingen. Een doffer van Johan Verhoeven en Zn werd gekoppeld tegen het "Witpenneke" en weer was het een schot midden in de roos. Zij werden de ouders van een hele serie topduiven welke jarenlang op de vluchten tot 700 een grote klasse aan de dag legden.

Deze doffer van Johan Verhoeven en Zn was weer nauw verwant aan de doffer welke Jan Zoontjens had bekomen bij Neel de Volder. Jan Zoontjens had maar een doel en dat was een duivenras te bezitten welke van 100 tot 1000 km met groot succes aan de kop kon vliegen. Zo niet dan was er geen plaats voor hen. Om deze eigenschappen te bewaren in het verdere nageslacht, schuwde vader Jan de inteelt niet en teelde graag heel nauw. Daarna kruiste hij deze inteelt duiven met het beste hetgeen hij verkreeg bij goede liefhebbers. Het vizier bleef steeds op zijn doel afgestemd. Kopvliegen van 100 tot 1000 km.
Duiven welke door de jaren heen met succes werden ingebracht, kwamen o.a. van Frans De Hoogh uit Rijen, welke

Jan Zoontjens

ook Zoontjens duiven ingevoerd had, en de Gebroeders Heesters uit het duivenmekka Reusel. Een Heesters doffer werd gekoppeld tegen de "191 duivin", een van de beste duivinnen op het hok en reeds moeder van enkele topduiven op de fondvluchten. En opnieuw was het raak. Heden ten dage bevinden zich nog diverse afstammelingen op de hokken van Wal Zoontjens. Helaas overleed vader Jan Zoontjens in mei 1985 en werden alle duiven verkocht naar het verre oosten. Inmiddels was Wal Zoontjens voor zichzelf met de sport begonnen en zou het Zoontjens ras verder ontplooien tot de stam van heden ten dage.


De voortzetting van het ras Zoontjens.

Zoon Wal Zoontjens was in zijn jeugd reeds geďnteresseerd in de duivensport. In het bijzijn van zijn vader, was hij toentertijd overal te vinden bij de beste duivenmelkers in Nederland en België. De zogenaamde duivenpap werd hem door zijn vader ingegeven. Tot 1968 speelde Wal met zijn vader samen in de omgeving van Tilburg. Wal bouwde in dat jaar een eigen woning in het dorpje Riel en in de tuin verrees tegelijkertijd een nieuw duivenhok. De eerste duiven kwamen uiteraard van zijn vader. Achtentwintig in getale kwamen er naar Riel en hiertussen zaten zeven kinderen van het fameuze kweekkoppel van Jan Zoontjens. Een hiervan was de beroemde "Merkx". Hij was een uitzonderlijk kampioen en won in zijn loopbaan niet minder dan 50 prijzen een op tien (1:10) met 5 overwinningen tegen gemiddeld 2.550 duiven. De broers en zusters van dit fenomeen werden al snel in het kweekhok geplaatst en zorgden hier voor een ongelofelijk nageslacht. Wal houdt zijn Zoontjens stam op hoog niveau door de goede eigenschappen van de duiven in het nageslacht voort te zetten door middel van lijnen- en familieteelt naar de asduiven en eerste prijswinnaars. Om zijn stam op peil te houden en verder te verbeteren ging ook Wal naar de beste melkers. Er kwam een koppel eitjes van het legendarische "Conimix" koppel van Johan van Boxmeer, uit het Brabantse St. Oedenrode en hieruit sproten de "Conimix King" en zijn zusje de "Conimix Queen". Beiden zorgden voor een extra dimensie aan de bestaande stam. Overigens is het "Conimix" koppel zuiver Zoontjens. Vader Johan en Harry van Boxmeer zijn reeds meer dan 40 jaar huisvrienden van de Zoontjens familie. In veel as- en topduiven vinden we dit "Conimix" koppel terug in de stamboom.

Het zorgde reeds voor provinciale- en nationale overwinnaars. Ook werd er samenkweek gedaan met de Zoontjens duiven van Henk van Laarhoven uit Tilburg. Henk won in 1995 het nationale kampioenschap eendaagse fond. Uit de "Bruine" van Henk van Laarhoven werd o.a. de "Tim" geboren, een kampioen met een gouden palmares met veel kopprijzen. Inmiddels heeft ook hij weer goede afstammelingen gegeven.
Uit de Nationale asduif van Jan de Crey uit Rosmalen stamt de "Pikker"
, een kruising van Loon x Janssen. Ook van de "Pikker" zitten er geweldige asduiven. Vooral op de midfond zijn deze duiven schier onklopbaar. Als kruisingsmateriaal kwam er verder uit het beste van o.a. Ad Schaerlaeckens, Baarle Nassau uit diens "Sissie" lijn. Bij Joop Koch uit Eindhoven, die met hoofdzakelijk Zoontjens duiven tot de nationale top behoort, haalde Wal een broer en twee dochters uit diens "President". Voor de overnacht nam Wal ook iets goed mee uit de "Gouden Frans" van Joop Koch. Een fondtopper van het soort van Frans van Wel uit Bakel. Voor verdere aanvulling van de overnachtfond ging Wal ook rechtstreeks naar Frans van Wel. Van de kampioenscombinatie uit Woudrichem, n.l. Braad-de Joode, haalde Wal weer iets terug uit de lijn van de "Chateauroux" (uit de lijn van Wal zijn eigen "Amerika duif") en uit de lijn van het "Orleans duifje" Twee kleinkinderen uit het "Gouden Koppel" van Hans van der Veeke uit Westdorp kwamen ook naar Riel. Een duivin uit de "Witslab" van Maurice Voets, uit het Belgische Kessel en gaf samen met de "Turbo" de "Amstrong", welke in 1999 de 1e prijs Nationaal Etampes won. (Rayon 2 tegen 15.422 duiven) Een belangrijke aanwinst van de laatste jaren is ook de "Donkere As" afkomstig van combinatie de Laure uit Tilburg. Hij was een fenomeen op de dagfond en won 11 x 1:25. Hij was ook 1e Kampioen Dagfond en 3e Asduif Provinciaal. Twee zonen van hem wonnen reeds diverse eerste prijzen tegen duizenden duiven, terwijl de jongste ervan 1e Asduif van het Hart van Brabant werd. In de inteelt gaat Wal niet korter dan neef x nicht en blijft steeds terug in de familie kweken. Deze methode heeft reeds jaren vruchten afgeworpen. De duiven blijven in kampioenstijl vliegen en het nageslacht blijft generatie na generatie topduiven voortbrengen. Als er een vreemde duif wordt ingebracht, zal ze eerst bewijs moeten leveren van een goede gezondheid, eigenschappen te bezitten om kop- en eerste prijzen te vliegen en daarna ook goed te vererven aan het nageslacht. Pas dan wordt ze opgenomen in de Zoontjens stam. Voldoet ze niet aan deze strenge eisen dan wordt ze geweerd. Er zijn door de jaren heen slechts enkele duiven geweest welke iets waardevols konden toevoegen aan de stam.