Nadat Wal en zijn echtgenote Dinny waren getrouwd, gingen zij in de Bernardstraat in het dorpje Riel wonen. In de achtertuin, ongeveer 250 mē groot, bouwde Wal zijn eerste duivenhok. Heden ten dage is de hele achtertuin haast volgebouwd met duivenhokken en inmiddels dient een prachtig tuinhuisje als ontvangstruimte voor de vele bezoekers uit binnen- en buitenland.
Het hok van de weduwnaars bevindt zich aan de rechterkant van de tuin, met de kleppen op het zuidwesten gericht. Het hok is verdeeld in 4 afdelingen en biedt plaats voor ca. 45 tot 50 weduwnaars. In drie afdelingen wonen de ca. 30 weduwnaars welke hoofdzakelijk de eendaagse fondvluchten vliegen. In de vierde afdeling wonen voornamelijk een twintigtal jaarlingen welke de programma vluchten afwerken.

Ook van deze jaarlingen worden er ingezet op de eendaagse fondvluchten. Het hok is uit hout vervaardigd, terwijl de buitenkant is afgedekt met plasticschroten. Het hok heeft een lessenaarsdak en aan de voorzijde zijn erkers in glas gemaakt. Deze erkers maken deel uit van het Zoontjens systeem. De zonnestralen warmen de erkers snel op en zorgen voor een droog en warm klimaat op het hok. Dit werkt dan weer positief op de conditie van de weduwnaars. Vooral in het koude voorjaar bieden deze erkers alle voordelen.
De hokken zijn onlangs allen voorzien van bakken met roosters en een transportband voor afvoer van de mest. De bodem van het is voorzien van degelijke plastic roosters. Het tweede deel van het Zoontjens systeem zijn potdichte weduwnaars hokken. De schuiven in het plafond zijn tijdens het weduwschap dicht om de warmte in het hok te houden. De verluchting vindt enkel plaats als de weduwnaars trainen. Dan staan de ramen van de erkers open en kan er genoeg frisse lucht binnen. Na het seizoen worden de ramen aan de binnenzijde van de erkers geopend en wordt het hok via deze erkers geventileerd.

Het gehele weduwnaarshok is ook voorzien van een vloerverwarming, doch deze wordt alleen aangezet als het buiten lange tijd vochtig blijft. Als de weduwnaars zaterdags van een koude regenachtige vlucht thuis komen, dan wil Wal ook wel de vloerverwarming voor enkele uurtjes aanmaken.

Haaks op het weduwnaarshok staat het jonge duivenhok met een lengte van 5 meter en biedt plaats aan een negentigtal jonge duiven voor eigen spel. Ook hier weer een lessenaarsdak met een strook glas voor licht en opvangen van de zonnestralen. In de ramen zijn lamellen aangebracht waarmee de ventilatie geregeld kan worden. In de deur wordt met erg warm weer een draden hor geplaatst. Vooral met hoge temperaturen een noodzaak om verse lucht in het hok te krijgen. Het hok is zodanig ingericht dat de duiven in alle hoeken en onder en achter plankjes een nestje kunnen maken. Motivatie is zeer belangrijk in het spel met de jonge duiven en tegen de tijd dat de belangrijke vluchten beginnen, zoals Orleans en Bourges, dan kunnen de jonge duivinnen paren met oude doffers en aan een nestje beginnen. Stro onder de zitschabjes biedt ook weer voldoende gelegenheid tot nestelen. Tussen het jonge duivenhok en het kweekhok is ook een ren gebouwd. Hierin kunnen zowel de jonge duiven als de kweekduiven verblijven. Tegenover het vlieghok bevindt zich het kweekhok waarin zich 24 kweekkoppels bevinden welke reeds meer dan 30 jaar zorgen voor een excellent nageslacht. De doffers op het kweekhok zijn veelal de as- en kampioensduiven, duiven met een schitterend palmares. De kweekduivinnen hebben vooral als jonge duif schitterend gevlogen of eerste prijzen gewonnen op de grote vluchten zoals Orleans, Chateauroux of Bourges. Het kweekhok is ook voorzien van bakken met roosters en transportband. Op de vloer zijn plastic roosters aangebracht. Naast het kweekhok een ren waarin de weduwduivinnen verblijven. Een heg voor de open zijde van de ren let de weduwnaars het zicht naar de duivinnen.




Het kweek- en vliegseizoen begint in Riel omstreeks medio december. In 2001 werd voor het eerste in november gekoppeld. Alle kweek- en vliegduiven worden dan gekoppeld en worden de eitjes van de kweekduiven en de beste vliegduiven verlegd. De kweek- en beste vliegduiven brengen daarna een ronde groot. Eenmaal de jonge duiven ca. 16 dagen oud zijn gaat er een jong met de duivin naar het jonge duivenhok. Het andere blijft bij de doffer. Dit wordt gedaan om de doffer niet te ontmoedigen en te stressen.

Nadat het jong bij de doffer is gespeend blijven deze tot 20 Maart op rust. Dan worden alle vliegduiven weer gekoppeld en brengen de eendaagse fondduiven nogmaals een jong groot. In het verleden is gebleken dat de doffers zodoende rustiger blijven en minder gestrest zijn dan wanneer ze slechts enkele dagen zouden broeden en daarna op weduwschap. De periode tot de eendaagse vluchten is dan te lang. Twee maal daags kunnen de weduwnaars gedurende een uur trainen. De eerste training is 's morgens tussen 7 en 8 uur. In de namiddag gaan ze er weer tussen 16 en 17 uur uit.
Een bad staat elke dag voor hen klaar, waarin een kleine hoeveelheid Halamit wordt toegevoegd. In de buurt wonen nogal wat tortelduiven, welke ook dit bad als gelegenheid nemen. Alleen tijdens de eerste twee vluchten krijgen de weduwnaars hun duivin voor een half uurtje te zien. De jaarlingen moeten nog wennen aan het weduwschap. Na deze twee vluchten krijgen de doffers enkel de schotel omgekeerd en na de zesde vlucht zelfs geen schotel meer. Ze weten dan wel waarvoor ze naar huis komen en worden zo veel rustiger ingemand. Ze houden het ook langer vol. Tijdens het inmanden van de voorlaatste vlucht komt de schotel weer te voorschijn en motiveert de doffers opnieuw voor een goede prestatie. Voor de laatste vlucht krijgen de doffers eveneens hun duivin weer te zien, zelfs voor meerdere uren en opnieuw zijn de doffers tot het uiterste gemotiveerd. Na thuiskomst van de doffers kunnen ze bij hun duivin blijven voor een tot meerdere uren, afhankelijk van de vluchtomstandigheden. Komen de doffers in de late namiddag thuis van een eendaagse fondvlucht, dan mogen ze bij hun duivin blijven tot de volgende ochtend. De weduwnaars vliegen gemiddeld 12 vluchten per seizoen. Meerdere jaarlingen vliegen een drietal eendaagse fondvluchten. De oudere doffers vliegen allen de 5 eendaagse fondvluchten. Na het vluchtseizoen brengen alle weduwnaars nog een koppel jongen groot. Daarna broeden ze nogmaals een tiental dagen en kunnen zo tot begin November samen blijven. Daarna worden ze gescheiden en kunnen rusten om daarna weer aan een nieuw seizoen te beginnen.



Om met succes deel te kunnen nemen aan de belangrijkste jonge duivenvluchten zoals Etampes (400 km), Orleans (460 km), Chateauroux (600 km) en Bourges (520 km) worden er winterjongen gekweekt. De kweek- en vliegduiven worden gekoppeld omstreeks half december. Dit jaar (2001) werd er voor de eerste keer van afgeweken en werd alles gekoppeld einde november. Meerdere rondes worden bij elkaar afgezet tot zijn ploeg compleet is. Om de jonge duiven optimaal in de pluim te kunnen inmanden op de wedvluchten, met name de vluchten welke over het algemeen in augustus en september worden vervlogen, worden de jonge duiven vanaf begin april voor een zestal weken verduisterd van 18.00 uur 's avonds tot 8 uur 's morgens.
De jonge duiven kunnen elke ochtend van 9 uur tot 10.30 uur hun trainingrondjes maken. Voor de start van het seizoen worden de jonge duiven een zestal keer tot ca. 20 km weggebracht. Ook gebeurt het wel eens dat ze een keer tussen de vluchten door worden weggebracht. Op de beginvluchten zitten de jonge duiven nog samen. Er hebben zich inmiddels vele koppeltjes gevormd en nestelen reeds in de het stro in de vele hoekjes en achter plankjes. Daarna worden de doffertjes en duivinnen gescheiden gespeeld (deursysteem)
Voor het inmanden kunnen ze dan enkele uurtjes samen zijn en na thuiskomst is dit samenzijn ook weer enkele uurtjes. Dit spel op de deur wordt voor een viertal weken gespeeld. Daarna kunnen ze weer aan een nestje beginnen. Ook tracht Wal een aantal jonge duivinnen te koppelen aan jaarling doffers en jaarling duivinnen aan jonge doffers. Deze jonge duiven komen dan op nest en spelen heel vaak aan de kop op de grote nationale klassieker Orleans. Wal tracht de jonge duivinnen voor Orleans in te manden op een jong van ca. 10 dagen. Door de jaren heen is gebleken dat de duivinnen op deze stand het beste presteren. In 1994 leidde dit zelfs tot het winnen de 1e prijs Nationaal Orleans rayon 1. De jonge doffers worden, mits ze in goede conditie zijn en niet te ver in de rui, tot nationaal Orleans ingemand. De duivinnen vliegen ook nog op Chateauroux en Bourges en met succes. Duivinnen die met elkaar aanlopen en een nestje maken zijn ook vaak tot het leveren van topprestaties in staat. Samen een jong voeden drijft de motivatie ten top. De best presterende duivinnen worden dan op het kweekhok geplaatst en gekoppeld tegen bewezen doffers. Zolang Wal het verduisteringssysteem toepast heeft hij nog nooit enige nadelige gevolgen hiervan ondervonden. Als jaarling presteren de duiven uitstekend en behalen zelfs asduif kampioenschappen op de eendaagse fondvluchten. De jonge duiven kunnen na de laatste vlucht aan de rui beginnen en zijn tegen het einde van het jaar klaar voor een nieuw succesvol seizoen.