Het Zoontjens voersysteem (gele en blauwe mengeling)

Toen vader Jan Zoontjens voor de oorlog met de duiven startte, was hij steeds bezig met het bestuderen van het voer en voersysteem. Het boekwerk "Voeding, Vitaminen en Duiven" van wijlen Arie van den Hoek uit Den Haag was voor hem de leidraad. Hij ontwikkelde zo zijn eigen mengsels.

De eerste mengeling was de zo genaamde basismengeling, bestaande uit diverse granen en de tweede mengeling was het zogenaamde hardvoer, bestaande uit diverse soorten maÔs en peulvruchten. De mengelingen waren ontstaan toen vader Jan de handelsmengeling zeefde en het kleine voer in het begin van de week voerde en het grote voer enkele dagen voor het inmanden. Deze mengelingen werden later verder aangevuld en berekend op voedingswaarde nadat Wal ze in 1989 vrij gaf voor de handel. Diverse firma's brachten deze mengelingen in hun assortiment en verkochten het als de "Zoontjens" mengelingen.

Door de firma Beyers (BelgiŽ) zijn beide mengelingen in de handel gebracht als "Zoontjens Geel" en "Zoontjens Blauw".

De mengelingen bestaan uit volgende bestanddelen. (% verhouding)

De gele mengeling (Basismengeling)   De blauwe mengeling (Hard voer)
Tarwe 21,17 %   Cribs/La Plata maÔs 30 %
Witte Dari 26,67 %   Speciale maÔs 20 %
Cardi (saffloer) 13,33 %   Popcorn maÔs 10 %
Wikken/vitsen 9,67 %   Groene erwten 15 %
Linzen 8,33 %   Maple Peas 10 %
Australische sorgho 8,33 %   Getooste sojabonen 15 %
Katjand Idjoe taugť 6,67 %      
Paddy rijst 3,33 %      
Boekweit 2,50 %      

Beide mengelingen worden sedert het ontstaan ervan op de hokken in Riel gevoerd. Hoe deze in de wedstrijd periode worden toegepast is te lezen in onderstaande schema. In overleg met de leveranciers zijn er diverse percentages aangepast om een optimale balans te vinden tussen de diverse ingrediŽnten. Beide mengelingen zijn in de handel verkrijgbaar sedert Wal ze publiek maakte. Wereldwijd wordt de basismengeling (Zoontjens Geel) door veel duivenmelkers gebruikt als basis voor hun eigen voersysteem. In de winterperiode geeft Wal alle duiven een mengsel van de volgende samenstelling: 1/3 deel van de basismengeling "Zoontjens Geel" 1/3 deel kweekmengeling en 1/3 deel gerst.

Tijdens de broed- en kweekperiode krijgen de duiven steeds deze (33% mengeling) totdat de jongen in de schotel ca. 6 dagen oud zijn. Dan krijgen de duiven in hun nestbak een additionele mengeling bestaande uit 50% Kweekmengeling en 50% Zoontjens Geel. Zijn de jonge duiven gespeend dan krijgen ze ook deze mengeling (50% Kweek en 50% Zoontjens). Als de jonge duiven dan ongeveer drie maanden oud zijn, krijgen ze de 33% mengeling (1/3 Kweek, 1/3 Zoontjens Geel, 1/3 Gerst).

Dit krijgen ze eveneens tot de vluchten de grens van 300 km passeren. Daarna wordt de laatste dagen de gerst weggelaten en krijgen ze 50% Kweek en 50% Zoontjens Geel. Met deze mengelingen presteren de jonge duiven uitstekend. Zij blijven door de lichte samenstelling in een goede conditie en trainen goed.

Schema van voederen van de weduwnaars tijdens het seizoen.

  • Vitesse vluchten (afstanden van 80 tot 300 km en de weduwnaars verblijven slechts een nacht in de mand en de weduwnaars worden op vrijdagavond ingemand).
  • Midfond vluchten (afstanden van 300 tot 500 km en de weduwnaars verblijven twee dagen in de mand en de weduwnaars worden op donderdagavond ingemand).
  • Eendaagse fondvluchten (afstanden van 500 tot 700 km en de weduwnaars verblijven twee dagen in de mand en er wordt ingemand wordt er op donderdagavond).
Zaterdag Is de dag dat de doffers thuiskomen van de vlucht. In hun bak krijgen ze na de vlucht genoeg Zoontjens Geel. In de tussentijd gaat de duivin terug naar de weduwenren, waar ze gedurende de week verblijven op enkel gerst. Mocht de vlucht onder zeer warme omstandigheden zijn verlopen, dan krijgen de weduwnaars elektrolyten in het water. De rest van de dag is het rusten.
Zondag 's Morgens (en tevens elke morgen) krijgen alle weduwnaars een handvol Zoontjens Geel. De hoeveelheid is te vergelijken met deze van een lepel. Bemerkt Wal dat er toch doffers zijn die toch hongerig blijven, dan worden ze op de vloer bijgevoerd met kleine hoeveelheden gerst tot ze genoeg hebben.
  's Avonds
    Op Vitesse vluchten: een handvol Zoontjens Geel
    Op midfond vluchten: een handvol Zoontjens Geel
    Op eendaagse fondvluchten: afhankelijk van de te vliegen afstand van de daarop volgende vlucht, start Wal met het toedienen van het hardvoer (Zoontjens Blauw).
Maandag 's Morgens een handvol Zoontjens Geel
  's Avonds
    Op Vitesse vluchten: een handvol Zoontjens Geel
    Op midfond en eendaagse fondvluchten: Zoontjens Blauw. Hiervan kunnen ze gedurende een tiental minuten eten.
Dinsdag 's Morgens een handvol Zoontjens Geel
  's Avonds
    Op Vitesse vluchten: een handvol Zoontjens Geel
    Op midfond en eendaagse fondvluchten: Zoontjens Blauw. Ook nu weer kunnen ze gedurende een tiental minuten eten.
Woensdag 's Morgens een handvol Zoontjens Geel
  's Avonds
    Op Vitesse vluchten: Zoontjens Blauw gedurende 10 minuten.
    Op midfond en eendaagse fondvluchten: Zoontjens Blauw. Ook nu weer kunnen ze gedurende een tiental minuten eten.
Donderdag s Morgens een handvol Zoontjens Geel
  's Avonds
    Op Vitesse vluchten: Zoontjens Blauw gedurende 10 minuten
    Op midfond en eendaagse fondvluchten: dit is de dag van inmanden. Ongeveer twee uur voor de weduwnaars worden ingemand krijgen de ze nog een kleine hoeveelheid Zoontjens Blauw. Daarna nog genoeg van de Zoontjens Geel mengeling en tenslotte nog een handje snoepzaad. Het liefst korft Wal de doffers in met een driekwart gevulde krop. Als de weduwnaars die middag niet meer voldoende eten, dan is de wijze van voederen die week niet optimaal geweest en zijn de doffers te vroeg op hun top. Dit moet men zien te vermijden. De doffers dienen de zaterdag, als ze gelost worden, op hun top te zijn. Vandaar die driekwart gevulde krop.
Vrijdag 's Morgens voldoende Zoontjens Geel. Dit is de dag dat de Vitesse duiven worden ingemand. Deze weduwnaars worden enkel in de ochtend gevoederd. In de namiddag krijgen zij niets meer. De midfond- en eendaagse fondduiven zitten in de mand.



In het algemeen genomen is Wal Zoontjens tegen het veelvuldig gebruik van medicijnen. De liefhebber grijpt te snel naar de medicijnenpot als het tijdens de wedvluchten niet naar wens verloopt. Men zou feitelijk eerst met de mest en enkele duiven naar een dierenarts moeten gaan om te laten onderzoeken waaraan het schort. Dan kan men pas gericht ingrijpen.

Als Wal denkt dat er iets mis is op de hokken, dan zal hij terstond een dierenarts raadplegen.

De vaccinatie tegen paramyxo staat wel als vast onderwerp op het programma. De jonge duiven worden ook elk jaar geŽnt tegen pokken. Een geelkuurtje van een 5 tal dagen wordt gegeven als de duiven op eitjes zitten. In het vliegseizoen wordt deze geelkuur om de 4 a 5 weken herhaald.

Doch de meest probate manier om de duiven gezond te houden is de zwakke en zieke elementen te verwijderen en zuinig te zijn op de gezonde duiven.

Diverse bijproducten worden betrokken van de fa. Klaus, zoals grit en een bak allerhande. Deze zijn steeds op de hokken te vinden. Voor de rest geen poeha!